Ach, mallerd!

Net zoals software engineers, zijn goede boekbinders lui: als ze iets niet hoeven te doen of weg kunnen ‘automatiseren’, dan doen ze dat. Of ik een goede boekbinder ben, weet ik niet, maar dat trekje heb ik in ieder geval wel! Dus als je vijftig keer een lipje moet snijden aan een vel dat je als kaft wil gebruiken, dan maak je een mal. Hoef je maar één keer te meten, en de rest kan je gewoon aftekenen aan de hand van de mal.

Mal voor het lipje…

…aftekenen van het lipje…

…en het lipje afgesneden!

Maar er moest nog meer gebeuren: de kaften moesten ook twee keer gerild worden en de gleuf (waar het lipje in moet komen) moest ook nog gesneden worden. Je krijgt een ril door de vezels van het papier in te drukken. Het papier kan daar dan makkelijker (en strakker!) gevouwen worden. Rillen doe je met een rilpen, en natuurlijk heb ik die eentje. De kaft krijgt twee rillen, en op de andere rand dan waar het lipje zit, moest ook nog de gleuf komen. Daar heb ik dus ook een mal voor gemaakt. De stroken die ik over had van het snij-verlies van het fotokarton heb ik met schilderstape op de snijmat geplakt — zo dat er een mal ontstond die aan drie kanten dicht was. Daar kon ik de kaften dus zo in schuiven. Op de linkerkant heb ik nog een strook extra gezet, zodat ik daar een mal-strook voor de gleuf tegenaan kon zetten. En de plekken voor de rillen tekende ik af op de mal.

De mal voor de kaften, met in het midden de mal voor de gleuf

De plek van de ril afgetekend op de mal, en een ril op de kaft

Na de eerste drie heb ik ook stroken op de mal geplakt zodat ik de lineaal tegen die stroken op precies de goede plek kon ‘aanleggen’, dat scheelde weer elke keer zorgen dat de lineaal goed lag!

De gleufmal op de kaft gelegd en de gleuf afgetekend

Met zo’n mal gaat het allemaal wel lekker vlot — maar dan nog is het een hoop werk! Stel dat je een minuutje bezig bent om alles af te tekenen en te rillen. Eén kaft is dan zo gedaan, maar als je er vijftig moet doen, dan ben je gewoon een uur verder! Al met al is er veel tijd in gaan zitten, juist door die aantallen.

Een gerilde kaft kan goed gevouwen worden. En toen kwam een ander precisie-werkje: gaatjes in de kaft prikken waar straks de draad doorheen moet. De kaft is hoger dan het papier, dus dat moest ook goed uitgerekend worden. Maar hier hebben we ook een mal voor: de prikmal van Louet hebben we al een hele tijd in huis, en hij is zijn geld meer dan waard! Ik stelde het ding in en in no-time waren alle kaften voorzien van de juiste gaatjes!

Een kaft in de prikmal. Op het hout heb ik afgetekend welke gaatjes geprikt moeten worden.

En toen kwam het meest geestdodende werk: katernen rapen! Tja, wat kan je er van zeggen? Het is werk, het moet gebeuren, en het is saai. En daarna heb ik de prikmal weer ingesteld zodat het middelste gaatje ook op het midden van het papier kwam, en heb ik alle katernen geprikt. Toen dat eenmaal klaar was, werd het tijd om de boel in te naaien. Ik heb linnen draad gebruikt en een gewone cahier-steek gebruikt. (In het Engels heet het een ‘pamphlet stitch’ en er is op YouTube wel een tutorial te vinden, als je nieuwsgierig bent.)

Toen nog eventjes de boekjes genummerd, en toen was het echt klaar!

De stapels boekjes

Hier zie je goed hoe het lipje in het gleufje valt om de kaft/folder te sluiten. De titel staat op de overslag, boven het lipje, gedrukt

Het eerste exemplaar!

Het is net een echt project geweest: tijd en geld lagen vast, dus de kwaliteit… daar kan je nog wel wat van vinden. Doordat het allemaal binnen een week (eigenlijk zes dagen) af moest, zijn zaken als droogtijd en dergelijke gewoon te kort geweest. Dat zie je terug in diverse lelijke vegen. Het is niet anders — we zullen het nog wel eens doen, maar dan in een veel minder moordend tempo! Ik ben in ieder geval wel trots op het resultaat: de lino’s, de haiku, de combinatie van die twee… Het is gewoon een leuk boekje geworden, en door de kaft heeft het ook nog iets speciaals gekregen!